Achtergrond Sint Jansfeest

In het voorjaar klimt de zon steeds hoger en trekt ons mee naar buiten. Het is alsof wij samen met de planten uit de donkere winternacht omhoog gegroeid zijn naar het licht. De sappen stromen, de wortels houden de aarde stevig vast, de bladeren ontplooien zich, de stengel buigt in de wind en als bekroning gloeit de bloem de zon tegemoet.

Als de zon zijn hoogste punt heeft bereikt, begint de zomer. Even daarna, op 24 juni vieren we de naamdag van Johannes de Doper. Het Sint Jansfeest is dus iets verschoven ten opzichte van het oude natuurfeest van de zomerzonnewende. De zon is al over zijn hoogste punt heen; hij gaat afnemen, eerst bijna onmerkbaar, in de herfst sneller tot het laagste punt wordt bereikt vlak voor Kerstmis.

Van oudsher werd het zomerzonnewendefeest buiten gevierd. Het Sint Jansfeest sluit daarbij aan. Met al onze zintuigen kunnen we waarnemen wat in de natuur leeft: de stevigheid van de aarde onder onze voeten, de beweging van het stromende water, de wind die onze kleurige linten laat wapperen, en tenslotte de dansende vlammen van het Sint-Jansvuur. We raken een beetje buiten onszelf van de warmte en het licht en het buiten zijn.

Het uiterlijke licht en de uiterlijke zonnewarmte staan hier tegenover de geboorte van een nieuw innerlijk licht in de diepste duisternis van kerst. Zo is het Sint-Jansfeest bij uitstek het feest van de tegenpolen. De natuur treedt maximaal naar buiten en het is verleidelijk voor ons om daarin mee te gaan. Niet alleen door ons aan de zon over te geven (op het strand bijvoorbeeld), maar ook door ons sterker te richten op ons aardse ik (onze uiterlijke zon). Om onszelf niet teveel te verliezen – in zelfgenoegzaamheid, in oppervlakkigheid- is het essentieel juist in de Sint-Janstijd ons bewust te worden van ons eigen ‘innerlijke licht’. Dat probeert Johannes de Doper ons aan te reiken. ‘Hij moet groeien, ik moet afnemen’.

Wat ons houvast geeft is de strakke melodie van een lied, de strenge ritmen, de vaste passen van een dans en de regels van een spel. Vooral bij dit jaarfeest is het spelend en beweeglijk ingaan op gegeven situaties van wezenlijk belang, ook het gevoel van verbondenheid met vele anderen die hetzelfde feest willen vieren.

Het licht van de zon doorstroomt

De weidsheid van de ruimte,

Het gezang van vogels doorklinkt Het domein van de lucht,

De zegen van de planten ontkiemt Uit het aardewezen,

En mensenzielen verheffen zich

Met gevoelens van dankbaarheid

Tot de geesten van de wereld.

Rudolf Steiner

 

Bronnen: Jaarfeesten: Achtergrond bij het Sintjansfeest; vrijeschoolkairos.nl

Met vriendelijke groet,

Lucas Sint